 |
 | Appeltaart |
|
|
Ingrediënten Voor het deeg:
- 300 gr. zelfrijzend bakmeel.
- 180 gr. dieetmargarine.
- 150 gr. basterdsuiker.
- 1 zakje vanillesuiker.
- snufje zout.
Voor de vulling:
- 1 kg. appels (mijn advies: Braeburn), geschild en in blokjes.
- 100 gr. rozijnen, gewassen, gedroogd op keukenpapier en vervolgens gemarineerd in een scheutje Citroenbrandewijn en Cointreau of dergelijke.
- 40 gr. suiker.
- 3 volle theelepels kaneel.
- Citroenrasp.
- Citroensap.
Verder:
- 1 losgeklopt ei, waarvan ¾ door het beslag en ¼ om het deeg in de vorm mee te bestrijken.
- 3 eetlepels griesmeel om overtollig vocht te absorberen.
- springvorm Ø 24 cm, ingevet.
BereidingHet deeg:
- Zeef het meel, de basterd-, vanillesuiker en het zout in een kom.
- Verdeel hierover (in dotjes) de margarine.
- Voeg ¾ van het losgeklopte ei toe.
- Snij vervolgens de margarine met twee messen door het mengsel.
- Kneed het geheel tenslotte met één koele hand tot een deegbal.
- Laat deze deegbal in plastic folie een uurtje rusten in de koelkast.
De vulling:
- Meng in een kom de stukjes appel met de rozijnen, suiker, kaneel, citroenrasp, het sap van een halve citroen en de helft van het griesmeel.
- Laat
- regelmatig omscheppend – enige tijd intrekken.
Tenslotte:
- Bekleed de bodem en de rand (tot ± 4 cm. hoogte) van de ingevette springvorm met circa ¾ van het deeg.
- Bestrooi de deegbodem met de resterende helft van het griesmeel.
- Voeg de vulling (zonder al te veel vocht) toe en druk deze licht aan.
- Rol het overgebleven deeg uit op een met bloem bestoven aanrechtblad en snijd hiervan smalle repen.
- Leg deze in een ruitvormig patroon over de taartvulling.
- Bestrijk de bovenkant van de taart met het overgebleven losgeklopte ei.
- Bak de appeltaart iets onder het midden van een voorverwarmde oven in ± 75 minuten goudbruin op 175° C (heteluchtoven op circa 160°).
- Laat de taart in de springvorm afkoelen.
|
|
 |